Welcome, Guest. Please login or register.
October 31, 2020, 08:38:42 PM

Login with username, password and session length

Author Topic: Saoirse Agathí Ó Muireadhaigh  (Read 110 times)

0 Members and 1 Guest are viewing this topic.

Saoirse

Saoirse Agathí Ó Muireadhaigh
« on: March 17, 2020, 03:47:15 PM »
Leeftijd: 11
Geboortedatum: 25 sepember 1909
Uiterlijk: Saoirse heeft lichtblauwe ogen die dwars door je hoofd je ziel in lijken te staren. Ze is in het bezit van lang, blond haar dat ze meestal los draagt of in een staart, vlecht of knot. Ze is van gemiddelde lengte en redelijk sterk. Ze kan goed klimmen en is over het algemeen schoon, al maakt het haar niet veel uit als er takjes in haar haren zitten. Naast haar schoolgewaad draagt ze vrijetijdskleding die aantoont dat ze niet rijk is; het is zelfgemaakt en niet van de laatste mode. Het is echter wel goed gemaakt en ziet er niet raar uit, ze draagt gewoon wat meer dierlijke kleding dan de gemiddelde mens. Haar kleding is verder vooral degelijk en gemakkelijk, je kan er mee klimmen in bomen, zwemmen en vliegen zonder dat het in de weg zit, maar het is tegelijkertijd kleding waarmee je voor de dag kunt komen. Ze draagt weinig sieraden, maar heeft wel altijd een armband om die gemaakt is van bladeren, takjes en stenen van thuis.
Bloedlijn: Volbloed
Woonplaats: Valdivia (Zie: Het dorp)
Afdeling: Horned Serpent
Jaar: Eerstejaars

Familiesituatie:
Familie vaderskant:
Grootvader: Padraig Ó Muireadhaigh
Grootmoeder: Saqui Ó Muireadhaigh- Quidel
Oom: Nahuel Ó Muireadhaigh
Tante: Aylen Ó Muireadhaigh
Tante:  Millaray Ó Muireadhaigh
Tante: Laoise Ó Muireadhaigh
Oom: Aucaman Ó Muireadhaigh
Vader:  Oisin Ó Muireadhaigh
(Grootmoeder een Mapuche Indiaanse, namen zowel Mapuche als Iers)

Familie moederskant:
Grootvader: Panagiotis Papadakis
Grootmoeder: Camélia Papadakis- Née Dupont
Tante: Agathi Papadakis
Tante: Chrysanthi Padadakis
Tante: Eleftheria Papadakis
Oom:  Alkibiades Papadakis
Oom: Euripides Papadakis
Tante: Pelagia Papadakis
Moeder: Ismene Ó Muireadhaigh- née Papadakis
(Grootvader een Griekse immigrant, grootmoeder een Franse immigrant.)

Gezin:
Vader: Oisin Cairin Ó Muireadhaigh (43, 27 januari 1877)
Moeder: Ismene Airean Ó Muireadhaigh- née Papadakis (40, 5 mei 1880)
Broer: Casey Padraig Ó Muireadhaigh (20, 16 december 1900)
Zus: Dymphna Camélia Ó Muireadhaigh (20, 16 december 1900)
Zus: Aisling Saqui Ó Muireadhaigh (17, 9 januari 1903)
Broer:  Faolán Panagiotis Ó Muireadhaigh (15, 20 mei 1905)
Zus: Eibhlín Aoife Ó Muireadhaigh (13, 5 februari 1907)
Tweelingbroer:  Ciarán Nahuel Ó Muireadhaigh (11, 25 september 1909)
Zijzelf: Saoirse Agathí Ó Muireadhaigh (11, 25 september 1909)
Broertje: Lorcán Alkibiades Ó Muireadhaigh (9, 7 juli 1911)
Broertje: Mághnus Aucaman Ó Muireadhaigh (7, 14 april 1913)
Broertje: Euripides Malachy (5, 28 december 1915)
Zusje: Maeve Aylen Ó Muireadhaigh (1, 31 oktober 1918)
Zusje: Mairéad Chrystanthi  Ó Muireadhaigh (1, 31 oktober 1918)

Rijkdom: Ik zou zeggen.. gemiddeld. Ze maken niet veel geld maar het dorp is vooral zelfvoorzienend en gezien iedereen zijn steentje bijdraagt, hoef je geen geld te betalen aan elkaar. Het dorp is vrij rijk door alle mineralen die zij verkopen, naast het geld voor de fokkerijen en het voedsel, dat geld kan iedereen aanspraak op maken. Het is aan de Raad wat er van deze aanvragen goedgekeurd wordt.
Werk ouders: Vader werkt in de fokkerij, moeder werkt op het land. Ze hebben dieren van de fokkerij in huis om ze aan de huiselijkheid te laten wennen.
Werk overig: Saoirse werkt drie dagen per week in de fokkerij, vooral bij de Kwistels.
Huisdier: Een wit-met-cremekleurige kwistel kitten van een paar maanden, Sinead.
Toverstok: 14,8cm lang, buigzaam. Kern is wat bloed van Sinead de kwistel. Vooral goed met bezweringen.

Achtergrond

Het dorp:

Er is een groot tropisch regenwoud tussen Chili en Argentinië, het Valdivian. Dit gebied ligt tussen de Andes en de Zuidelijke Stille Oceaan. Dit gebied is bijzonder omdat er een volledige, van No-Maj afgescheiden, dorp ligt, vele meters boven de grond. Het dorp heeft de naam Valdiva en is een toevluchtsoord voor verschillende groepen mensen en fabeldieren. Deze groepen zijn in de loop van eeuwen aan komen waaien en nooit meer weggegaan. Zo is er een groep Centauren die op de grond leven, vliegende wezens zoals Terzielers en Hippogrieven en kleinere dieren zoals Crups en Kneazles. Het merendeel van de wezens die er woont is intelligent genoeg om een onderlinge conversatie te houden.

Valdiva kent een andere politieke samenstelling dan veel andere steden. Er is een raad van ouderen die bestaan uit, goh, ouderen en daaruit wordt één leider gekozen die veto recht heeft. De raad van ouderen beslist over bijna elk gebied van het leven, van wie er wanneer kinderen mag krijgen tot wat voor werk iemand gaat uitvoeren. Ook beslissen zij wie er gaan trouwen en wie bij het dorp mogen komen. Het is echter een eerlijke groep ouderen; ze proberen zo veel mogelijk de mensen bij elkaar te zoeken die bij elkaar passen voor huwelijken, werk te vinden dat geschikt is en dergelijke. Het komt dan ook zelden voor dat iemand het niet eens is met een beslissing genomen door de Raad. De raad beslist over alles menselijk; maar er is ook een overkoepelende raad, de Council, waarbij ook fabeldieren zitten. Deze raad beslist als er nieuwe groepen wezens of mensen bij komen of deze mogen toetreden, als er een misdaad gepleegd is en voeren verder overleg om het leven zo prettig mogelijk te maken.

De beroepen in het dorp zijn verschillend van aard. Er zijn mensen die het eten bereiden, mensen die de fabeldieren zoals de Crups en Kneazles temmen en fokken, mensen die in de bergen werken voor steen en andere voorwerpen, mensen die vissen, kleermakers, koks, repareerders.. en verder alles magisch. Er is bijvoorbeeld een eigen toverstokmaker die zijn kernen haalt bij de fabeldieren die er wonen, er is iemand die de toekomst kan voorspellen, helers, toverdrankmakers.. En leraren die de kinderen verschillende talen leren, naast het normale ‘rekenen en leren lezen’, plus praktijkkennis in de verschillende groepen waar kinderen later kunnen gaan werken.

Scholing begint op het moment dat een kind drie jaar oud is, startend met leren lezen en schrijven en de verschillende talen die gesproken worden. Als het kind vijf word komen er verschillende magische lessen bij die steeds moeilijker en veeleisender worden en als het kind negen is, gaat deze twee dagen in de week meelopen met verschillende groepen die er werken. Zij blijven een maand bij elke groep werkers en na een jaar hebben zij alles één keer gehad. Ze schrijven van elk gebied een verslag met wat ze geleerd hebben en hoe ze het vinden, aan het eind schrijven ze de zes leukste dingen wat ze geleerd hebben. Van hun tiende tot elfde verjaardag blijven zij drie dagen per week voor twee maanden bij deze zes gebieden, aan het eind schrijven ze weer een top drie.. waaruit vaak gekozen word door de Raad voor welk werk zij gaan uitoefenen in de vakantie en tot hun scholing op een magische school begint. Ze werken in deze tijd drie dagen per week en hebben verder één dag vrij. De andere drie dagen gaan op aan zelfstudie en het lezen van boeken voor hun toverschool. Het is een groot dorp met zo’n tweeduizend (menselijke) inwoners, fabeldieren op de grond en rondom het dorp.

De mensen:

Zoals gezegd zijn de mensen die er leven aan komen waaien vanuit verschillende plekken.  Er zijn Franse edelen bij tijdens de Franse revolutie gevlucht zijn op boten die ver uit te koers geslagen zijn en beland zijn in Valdiva. Er zijn Amazones bij die een paar verkeerde afslagen genomen hebben en beland zijn in het dorp. Er zijn Mapuche Indianen bij die op de vlucht geslagen zijn voor de Spanjaarden en in het dorp beland zijn. Er zijn mensen die op de vlucht zijn geslagen omdat hun familie ze wilden vermoorden toen bleek dat ze magisch waren. Er zijn mensen die per toeval op Valdiva gestuit zijn, het er fijn vonden en er nooit meer weg zijn gegaan. Maar, de belangrijkste groep die er beland zijn, althans voor dit verhaal, zijn de Ierse immigranten. Gevlucht tijdens An Gorta Mór (oftewel, de hongersnood van 1845-1850) waarbij een miljoen mensen stierven en miljoenen anderen vluchten.

Het dorp heeft nog een unieke manier om hun immigranten te verwelkomen. Elk halfjaar is er een groep aan de beurt die komt vertellen over waar zij vandaan komen en wat er voor folklore is daar. Dat betekent in de praktijk dat het een halfjaar lang de keus is aan één van de groepen om bepaalde dingen te bepalen. Het eten, de taal, de feesten, hoe de dag ingedeeld wordt. Na een halfjaar is het de beurt aan de volgende groep. Doordat mensen zoveel verschillende culturen leren kennen, staan zij open naar andere culturen. De tweeling is echter wel blij dat ze hun brieven voor Ilvermorny gekregen hebben en ze er nu samen heen kunnen! Even de chaos van Valdiva achter zich laten lijkt ze geweldig.

Ó Muireadhaigh:

De familie Ó Muireadhaigh bestond op dat moment uit twaalf kinderen. Een groot deel van hen zat op Zweinstein waar zij gelukkig wel te eten kregen. De ouders probeerden de kinderen die nog thuis waren genoeg te eten te geven, soms door simpelweg het te sommeren van een eind weg- “Hey waar is ons vlees heen?!”-, maar kon hier niet mee doorgaan toen ook de andere zeven thuiskwamen in de zomervakantie. Twaalf kinderen, twee ouders en nog vier bejaarden die in huis waren werd toch echt te gek. Je kon niet drie keer per dagen eten sommeren voor achttien personen! Er werd lang over nagedacht over wat ze moesten doen. Vluchten? Niet vluchten? De grootouders (de vier bejaarden) wilden echt niet weg uit Ierland, waar zij al eeuwen leefden!

Een paar weken gingen voorbij terwijl ze aan het kibbelen waren. Na drie weken werd de knoop echter doorgehakt; de kleine  Aoibheann, stierf van de honger. Toen was de maat vol; ze móésten wel weg, voor ze allemaal aan de honger bezweken! Ze boekten een reis op één van de grote schepen die mensen naar andere continenten brachten. Hun doel was Noord-Amerika, waar ze hoopten bij bekenden te komen die de oversteek al eerder gemaakt hadden. Het lot besliste anders. Er kwam een gigantische orkaan die niet alleen de mensen het stuipen op het lijf jaagde, er bleek ook een nogal nog een tweede probleem te zijn. De kapitein had namelijk zo veel mogelijk Ierse emigranten op het schip gepropt; zo kreeg hij extra veel geld van al die monden en zij wilden zo graag weg dat ze niet klaagden. Of het nu het volgepropte schip was of de orkaan kon achteraf niemand met zekerheid zeggen, maar het schip begon te zinken.

Totale paniek brak uit, mensen begonnen te krijsen en omhoog te rennen, naar de reddingsboten. In deze chaos waren de ouders Ó Muireadhaigh verrassend kalm. Ze wisten dat er te weinig boten waren voor iedereen, dus zeker te weinig voor hun negentien koppen tellende gezelschap. Ze wisten ook dat ze verschillende bezemstelen bij zich hadden. Het merendeel van de opvarenden waren Dreuzels en eigenlijk mochten ze niet toveren, maar nood breekt wet! Dus begonnen ze orders te roepen. De groep werd onmiddellijk verdeeld in twee groepen. De groep die al oud genoeg was om naar Zweinstein te gaan bestond uit negen mensen, de andere uit acht. De groep met mensen die te jong waren voor Zweinstein of te oud om nog goed te vliegen, vertrok naar dek om te wachten op de rest.

In eerste instantie grepen ze alle negen naar hun toverstok en werden de koffers netjes ingepakt met een paar toverspreuken. Daarna werden ze zo betoverd dat ze zo licht als een veertje waren. Nu vertrok ook de laatste groep naar dek met de ouders. De chaos om hen heen werd genegeerd. De grootouders hadden zich teruggetrokken op een rustigere plek waar minder chaos was en wenkten hen nu. De vijf van hen die een eigen bezem hadden pakten deze snel uit de koffer. De koffers werden met magie aan elkaar gebonden. Er werd met magie een touw gevormd om twee bezemstelen en heen. De oudste twee kinderen, een tweeling van zeventien, nam deze mee naar beneden naar de golven. Daar bleven zij wachten op de rest. Hun jongere drie siblings met een bezemsteel namen één voor één iemand op hun bezemsteel en brachten deze omlaag. Beginnend met drie bejaarden, gevolgd door de rest van de kinderen en als laatste de ouders.

Twee van de overige drie bezemstelen werden ook vastgebonden aan het vlot wat ontstaan was. De laatste bleef los vliegen en bleef wat hoger dan de rest vliegen om een route uit te stippelen naar land. De reis duurde eindeloos voor hun gevoel. Elke drie uur werd afgewisseld wie er vlogen en op het vlot zaten. Het eten kwam uit de oceaan, rauwe vis, maar water was lastiger. Er was eigenlijk alleen water als het regende. Ze waren dan ook lichtelijk uitgedroogd toen ze tegen land stootten. Dat was waarschijnlijk de reden dat ze dachten dat ze gek waren toen ze een dorp zagen boven hun hoofd, in de takken van wat een gigantisch bos leek. Nee, dat kon toch niet? Wie bouwt er nu een dorp in de bomen? Maar nee, het was echt. Ze hadden Valdiva ontdekt.

Leven in het dorp:

De Valdivaanse Raad was niet heel blij met de familie die opeens onder hen lag. Dat had er waarschijnlijk mee te maken dat er vier bejaarden, twee ouders en elf kinderen waren en ze hadden niet gerekend op zeventien mensen extra. Dat en hun vier uilen en drie katten. Eén lid van de raad kwam omlaag en kletste wat met hen, stelde vragen over waar ze vandaan kwamen en wat ze kwamen doen. Toen ze begrepen dat de familie nergens heen kon werd de Coucil bij elkaar geroepen en werd besproken wat ze konden doen. Uiteindelijk werd besloten ze allemaal goed te keuren en te kijken wat voor werk geschikt was voor hen.

Dagen verstreken, maanden werden jaren en de Ó Muireadhaigh’s raakten volledig geïntegreerd in de community. De oudste zeven werden met viavia’s naar Zweinstein gestuurd voor de komende jaren en kwamen alleen in de zomervakantie terug. De jongste vier kregen brieven voor Ilvermory en gingen daarheen. Alle elf bleven ze in Valdivian wonen, trouwden daar en kregen kinderen. De grootouders overleden, de ouders werden grootouders en het leven ging verder. Uiteindelijk hadden negen van de elf eigen kinderen gekregen, deze kinderen kregen kinderen en die kinderen kregen kinderen. We zijn nu ongeveer 75 jaar en dus drie generaties verder; dat betekent dat de Ó Muireadhaigh tweehonderd (verre) familieleden erbij gekregen hebben na de eerste zeventien die aan zijn komen drijven.

Postitieve  en negatieve eigenschappen:
Saoirse is zorgzaam en betrouwbaar, er voor haar vrienden wanneer nodig, spontaan in nieuwe contacten en zelfverzekerd. Ze is eerlijk, een doorzetter, assertief en sociaal. Ze is leergierig, intelligent, ambitieus en pakt dingen snel op. Ze houdt van dieren, is creatief, georganiseerd en gemotiveerd voor haar doelen.

Ze is moeilijk van haar mening af te brengen, betweterig en kritisch. Ze is rebels, kan dramatisch overkomen om mensen te manipuleren en houdt een grudge tegenover iemand die onaardig doet.

Het merendeel van haar negatieve eigenschappen is echter niet direct duidelijk; ze blijft vriendelijk ook al heeft ze een hekel aan je en ze komt vaak te aardig over zodat mensen niet doorhebben dat ze hen manipuleerd. Haar negatieve eigenschappen ziet zij ook meer als leerpunten waar ze overheen moet zien te komen dan echt ‘negatief’. Ze is rebels in dat ze regels ziet als buigbaar en geen belemmeringen; vaak kom je nét iets verder als je linksom gaan dan rechtsom en dat probeert ze dan ook.

Korte geschiedenis: Saoirse is geboren als zevende in een gezin met vijf oudere broers en zussen, haar twintig minuten oudere tweelingbroer niet meegeteld. Na haar zijn nog zes kinderen gekomen. Ze is dus precies het middelste kind en dat is te blijken uit haar opvoeding. Deze is namelijk voor het grootste deel gedaan op school en door de inwoners van Valdivia, niet per se door haar ouders. Op het moment dat zij twee jaar was gingen haar twee oudste siblings al naar school voor grote delen van de tijd, gevolgd door de rest om de zoveel jaar. De enige die er alle tijd geweest is is Ciarán en dat is duidelijk als je naar de band van de twee kijkt. Ze zijn samen opgegroeid en kennen elkaar door en door.

Dat zegt echter niet dat ze de hele dag samen zijn. Ze hebben verschillende vrienden en hobbies in Valdivia; Saoirse houdt van leren, lezen en dieren en is dus vooral te vinden in de bibliotheek of bij de fokkerijen. Ciarán houdt van spelen, sporten, vliegen en toverstokleer en is dan ook te vinden in de lucht of in de winkel waar de enige toverstafmaker van het dorp woont en kinderen lessen geeft. Hij hoopt later toverstafmaker te worden, waar Saoirse hoopt om fabeldieren te bestuderen en te fokken. Ze vinden elkaar echter elke avond en houden elkaar op te hoogte van wat ze die dag gedaan hebben.

Hun jongere tweelingzusjess Maeve en Mairéad zijn onverwachts gekomen en de oudere tweeling helpt dan ook om voor hen te zorgen als ze vrij zijn. Hun andere jongere broers en zussen zitten al op school en worden daar in de gaten gehouden, maar je kan twee babies niet alleen laten. Dat maakt hen weinig uit, de tweeling is schattig en ze zijn vaak samen! Ismene was nogal in paniek toen bleek dat ze aan het bevallen was en toen bleek dat het voor de derde keer een tweeling was, was de chaos compleet.

Horned Serpent Statue

Re: Saoirse Agathí Ó Muireadhaigh
« Reply #1 on: September 09, 2020, 04:03:21 PM »
Ik zou u graag in mijn afdeling hebben, juffrouw Ó Muireadhaigh.

 

TinyPortal © 2005-2018